dinsdag 20 december 2016

Schriftelijke vragen van VVD, PvdA en CDA n.a.v. de beleidsbrief 'Integrale aanpak pesten' + antwoorden minister Asscher.

Tijdens het Schriftelijk overleg AO TK arbeidsomstandigheden van 14 december 2016 hebben VVD, PvdA en CDA vragen gesteld. Hierbij de vragen en de antwoorden.

Schriftelijk overleg (v.s.o.) AO arbeidsomstandigheden 14 december 2016:
https://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/commissievergaderingen/details?id=2016A05185

Beleidsbrief 'Integrale aanpak pesten':
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/09/27/kamerbrief-integrale-aanpak-pesten

Persbericht 'Lakse bazen op antipestcursus sturen bij pesten op het werk is niet voldoende':
http://gerrithartholt.blogspot.nl/2016/12/persbericht-lakse-bazen-op.html


Inbreng schriftelijk overleg arbeidsomstandigheden 14 dec 2016 pag 1


Inbreng schriftelijk overleg arbeidsomstandigheden 14 dec 2016 pag 2


Inbreng schriftelijk overleg arbeidsomstandigheden 14 dec 2016 pag 3


Inbreng schriftelijk overleg arbeidsomstandigheden 14 dec 2016 pag 4

=========================================================

Binnen de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben enkele fracties de behoefte enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar aanleiding van de volgende brieven van de regering:

Onder andere deze brief:
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, d.d. 25 september 2016  over De Integrale aanpak pesten (25883-279);

Hierbij de vragen die gesteld zijn n.a.v. de beleidsbrief 'Integrale aanpak pesten'.
Alle vragen (dus ook de andere vragen) zijn te vinden via het document (4 pagina's) die in deze webpagina is geplakt.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de punten die staan geagendeerd voor het overleg inzake Arbeidsomstandigheden op 14 december 2016 (2016A05185).

Net als de minister hechten de leden van de VVD-fractie waarde aan veilig, gezond en eerlijk werk. De leden van de VVD-fractie zijn het met het standpunt van de minister eens dat het van belang is om te benadrukken dat de naleving van wet- en regelgeving in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van werknemers en werkgevers. Het kabinet gaat uit van vertrouwen en geeft ruimte aan werknemers en werkgevers om daarover met elkaar afspraken te maken. De leden van de VVD-fractie zijn het hiermee eens. Daar waar werkgevers de regels bewust aan hun laars lappen en geen enkele zorg voor het veilig en gezond werken tonen, dient de Inspectie SZW wat de leden van de VVD-fractie betreft hard op te treden. Is de minister het met de leden van de VVD-fractie eens dat de huidige wetgeving hier voldoende mogelijkheden toe biedt?
De minister geeft daarnaast aan dat er wel grenzen zijn aan de capaciteit van het toezicht door de Inspectie SZW. Tijdens de begrotingsbehandeling van SZW hebben de leden van de VVD-fractie dan ook samen met de leden van de PvdA-fractie een motie ingediend om de capaciteit van de Inspectie SZW structureel uit te breiden. De leden van de VVD-fractie zouden graag vernemen hoe gemeten wordt of de Inspectie SZW al dan niet efficiënt werkt. Naar de mening van de leden van de VVD-fractie dient de Inspectie SZW zo veel mogelijk risicogestuurd te werk te gaan. In welke mate is dit het geval?

<knip>

Één op de zes werknemers heeft last van ongewenste omgangsvormen, zoals pesten, discriminatie en seksuele intimidatie. Pesten leidt tot verminderde productiviteit en extra verzuim met financiële gevolgen. Is de minister het met de leden van de VVD-fractie eens dat de aanpak van Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA), zoals pesten is, primair de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers is? De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat er, ondanks dat pesten nergens thuishoort en al helemaal niet op de werkvloer, geen reden is voor extra regelgeving en al helemaal geen reden tot het opnemen van pesten in het Wetboek van Strafrecht. Daar waar sprake is van belediging, bedreiging, belaging, mishandeling, afpersing, dwang of discriminatie kan het Wetboek van Strafrecht nu immers al aanknopingspunten bieden tot strafrechtelijke vervolging. Voor het overige ligt het wat de leden van de VVD-fractie betreft met name bij werkgevers en werknemers om pesten te voorkomen. De rol van de overheid is daarbij niet meer dan stimulerend en informerend.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie hebben enkele vragen en opmerkingen voor de regering over de stukken die geagendeerd staan voor het schriftelijk overleg arbeidsomstandigheden.

<knip>

Onlangs is besloten om dit najaar de campagne tegen pesten op het werk door te zetten.
De leden van de PvdA-fractie zijn erg benieuwd naar de effecten van deze voorlichtingscampagne. Kan de minister daar nader inzicht in verschaffen? In welke mate passen de getroffen maatregelen binnen de Europese Kaderovereenkomst over geweld en pesterijen op het werk, uit 2017? Is zero-tolerancebeleid in de aanpak van pesten op het werk, een geschikt middel? Om een extra impuls te geven aan de aanpak van de oorzaken van PSA komt er in 2017 een actieteam. Is er een mogelijkheid dat dit actieteam naast bedrijven en organisaties, ook slachtoffers gaat ondersteunen bij de aanpak van pesten?

Toevoeging: waarschijnlijk wordt bedoeld deze Europese kaderovereenkomst uit 2007:
https://resourcecentre.etuc.org/linked_files/documents/Framework%20Agreement%20on%20Harassment%20&%20Violence%20-NL.pdf

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

Pesten op het werk heeft een grote impact op werknemers en kan zelfs leiden tot ziekte/burnout. Dit moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Werknemers moeten zich veilig kunnen voelen op het werk. De aanpak van pesten is primair de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers, maar dat laat onverlet dat ook de overheid een taak heeft in het bestrijden hiervan. Het is dan ook positief dat de minister pesten op het werk wil gaan aanpakken, zoals verwoord in de beleidsbrief “integrale aanpak pesten”. Hierbij hebben de leden van de CDA-fractie nog een aantal vragen:
Biedt de huidige Arbowet naar het oordeel van de minister voldoende handvatten om pesten op het werk tegen te gaan?  Zo nee, overweegt de minister dan voorstellen te doen om de Arbowet aan te passen? In hoeverre wordt er uitvoering gegeven aan de Europese kaderovereenkomst over geweld en pesterijen op het werk uit 2007?
Uit de quickscan die is gehouden blijkt dat niet alle werknemers momenteel bij iemand terecht kunnen wanneer zij geen expliciete klacht hebben, maar zich wel onveilig en ongemakkelijk voelen bij ongewenst gedrag van de leidinggevende. Tevens blijkt dat de kwaliteit van de vertrouwenspersonen verbeterd kan worden. De minister geeft aan dat hij in overleg met sociale partners zal bezien of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen nodig zijn om te bevorderen dat werknemers toegang hebben tot een laagdrempelige voorziening. Waar denkt de minister dan aan?

II Antwoord/Reactie van de minister

De antwoorden van minister Asscher verschenen 17 januari 2017.

Verslag schriftelijk overleg arbeidsomstandigheden (vragen gesteld december 2016):
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2017Z00390&did=2017D00765

Antwoord minister Asscher op vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie geven aan dat waar werkgevers de regels bewust aan hun laars lappen en geen enkele zorg voor het veilig en gezond werken tonen, de Inspectie SZW wat de leden van de VVD-fractie betreft hard dient op te treden. Zij vragen of de Minister het met hen eens is dat de huidige wetgeving hier voldoende mogelijkheden toe biedt.

Een van de doelen van de Inspectie SZW is om notoire overtreders en misstanden aan te pakken. De huidige wetgeving biedt de Inspectie SZW daartoe in het algemeen voldoende mogelijkheden. Daarbij gaat het onder meer over het opleggen van een boete of dwangsom bij een overtreding, of als bij controle blijkt dat een eerdere overtreding niet is opgeheven. Ook kan het gehele werk, een onderdeel van het werk of bepaalde werkzaamheden onmiddellijk worden stilgelegd als er sprake is van ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen en is stillegging van werk mogelijk bij (herhaalde) recidive. Bovendien is op grond van artikel 32 van de Arbowet strafrechtelijke vervolging mogelijk van werkgevers die weten of redelijkerwijs moeten weten dat door hun handelen of nalaten ernstige schade aan de gezondheid van werknemers kan ontstaan.

Deze leden verwijzen naar de tijdens de begrotingsbehandeling ingediende motie van VVD en PvdA om de capaciteit van de Inspectie SZW structureel uit te breiden (Kamerstuk 34 550 XV, nr. 33). Zij infor- meren hoe gemeten wordt of de Inspectie SZW al dan niet efficiënt werkt. Verder vragen zij in welke mate de Inspectie SZW risicogestuurd te werk gaat.

De Inspectie SZW zet haar capaciteit risicogericht in, te weten daar waar de meest hardnekkige problemen zitten en de kans op effect het grootst is. Doel is om de notoire overtreders en misstanden aan te pakken. Dat zijn de bedrijven die willens en wetens de wet (blijven) overtreden. Die bedrijven ondermijnen een goed werkende arbeidsmarkt en ons sociale zekerheidsstelsel. Naast de risicogestuurde inzet in programma’s ontvangt de Inspectie SZW meldingen en klachten. Ook hier zet zij capaciteit op in. In sommige gevallen is de Inspectie verplicht meldingen of klachten op te pakken, zoals in het geval van dodelijke ongevallen en klachten en meldingen op grond van artikel 24 lid 7 van de Arbeidsomstandighe- denwet. Bij overige klachten, signalen, ongevallen en kennisgevingen selecteert de Inspectie waar zij haar capaciteit op inzet. Ook hier heeft de Inspectie dus een risicogestuurde aanpak: alleen bij klachten en signalen waarbij zij op basis van de aangereikte informatie een vermoeden heeft van een (zware) overtreding, stelt zij een onderzoek in.

Binnen ieder inspectieprogramma wordt een optimale mix van instru- menten gekozen om de beoogde doelen en maatschappelijke effecten binnen een programma te bereiken. Interventies bestaan uit onder meer voorlichting, gesprekken met de branche, inspecties of zelfs strafrechte- lijke inzet. Door haar capaciteit zo gericht mogelijk in te zetten, werkt de Inspectie zo effectief en efficiënt mogelijk. Daarbij heeft ze, mede gelet op eerdere taakstellingen, voortdurend aandacht voor het zo efficiënt mogelijk inrichten van werkprocessen. Daarbij gaat het onder meer om het werken met een centraal meldpunt, het monitoren van doorlooptijden, het hanteren van normtijden en organisatorische aanpassingen, waaronder het opheffen van regionale kantoren.

Op 30 november 2016 heeft u het rapport van ABDTopConsult over de toereikendheid van de capaciteit van de Inspectie ontvangen1. Naar aanleiding van dit rapport heb ik de Inspectie SZW gevraagd in maart een eerste opzet van een control framework gereed te hebben. Een nadere afweging over omvang en inzet van de inspectiecapaciteit en eventueel benodigde investeringen moet op basis van het control framework in relatie tot het SZW-handhavingsbeleid worden gemaakt.

<knip>

Ik ben evenals de leden van de VVD-fractie van mening dat gezond en veilig werken gebaat is bij een open cultuur. Ik bevorder dit met programma’s en activiteiten die zich onder andere richten op cultuur en gedrag.

De leden van de VVD-fractie zijn van oordeel dat de aanpak van psychoso- ciale arbeidsbelasting (PSA), zoals pesten, primair de verantwoorde- lijkheid is van werkgevers en werknemers. Zij vragen of de Minister het hiermee eens is.

Op grond van de Arbowet is de werkgever verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in zijn bedrijf, inclusief het voeren van een beleid gericht op het voorkomen en als dat niet mogelijk is beperken van PSA (artikel 3, lid 2 van de Arbowet). De werknemer heeft onder meer de verplichting naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen (artikel 11 van de Arbowet). Ik ben het derhalve eens met de uitspraak dat de aanpak van PSA primair de verantwoordelijkheid is van werkgevers en werknemers. Mijn beleid is erop gericht hen te stimuleren en te faciliteren om deze verantwoordelijkheid op te pakken, zodat werkgevers de risico’s in hun bedrijf of organisatie onderkennen en tijdig effectieve maatregelen nemen. Ook de sociale partners spelen hierin een belangrijke rol.

Antwoord minister Asscher op vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie

<knip>

Tot slot informeren de leden van de PvdA-fractie naar de effecten van de voorlichtingscampagne tegen pesten op het werk. Daarbij vragen zij in het bijzonder naar de mate waarin de getroffen maatregelen passen binnen de Europese Kaderovereenkomst over geweld en pesterijen op het werk uit 2017, of een zero-tolerancebeleid een geschikt middel is om pesten aan te pakken en of het een mogelijkheid is dat het actieteam dat in 2017 bedrijven en organisaties gaat ondersteunen bij de aanpak van oorzaken van PSA, ook slachtoffers gaat ondersteunen bij de aanpak van pesten.

In juni 2015 vond de campagne rondom pesten op het werk plaats en in juni 2016 de campagne ongewenst gedrag, die in oktober 2016 werd herhaald. Doel van de campagnes is het onderwerp pesten te agenderen en bewustwording creëren bij werkgevers en werknemers. Beide campagnes zijn positief geëvalueerd wat betreft bereik en waardering door werkgevers en werknemers. De campagnes werden door werkgevers en werknemers als nuttig, belangrijk en een goed initiatief beoordeeld. 55% van de werkgevers en 49% van de werknemers denkt dat de campagne eraan bijdraagt dat zij zelf eerder actie ondernemen als ze ongewenst gedrag op het werk ervaren of zien. Daarnaast is er in landelijke en regionale media veel aandacht voor het onderwerp geweest. Door deze aandacht staat het onderwerp hoger op de agenda.

De maatregelen sluiten goed aan bij de Europese Kaderovereenkomst over geweld en pesterijen op het werk uit 2007. De Europese Kaderover- eenkomst roept bedrijven op om een beleid van nultolerantie te voeren bij ongewenst gedrag en geweld alsook procedures vast te stellen om pesterijen en geweld te bestrijden. Deze doelstellingen onderschrijf ik met de aanpak pesten. Dit doe ik door bewustwording over het onderwerp te vergroten, bedrijven en organisaties handvatten te bieden voor een preventieve aanpak van pesten, door te stimuleren dat werknemers toegang hebben tot een laagdrempelige zorg en door handhaving op dit terrein door de Inspectie SZW.

Een zero tolerancebeleid betekent dat ongewenst gedrag pertinent niet wordt getolereerd binnen een bedrijf of organisatie. Daarvoor is een duidelijke norm nodig waarmee uitgedragen wordt wat gewenst- en ongewenst gedrag is, en vroegtijdig ingrijpen wanneer ongewenst gedrag zich toch manifesteert. Dit zijn in mijn ogen noodzakelijke onderdelen van goed beleid tegen pesten op het werk waarbij de rol van leidinggevenden cruciaal is. Pesten op het werk kent echter vaak een grijs gebied: wat voor de een oprecht een grapje is kan voor de ander de druppel blijken. In beleid tegen pesten moet daarom ook ruimte zijn voor het bespreekbaar maken van ongewenst gedrag en maatwerk. Hiervoor is het creëren van een veilige cultuur noodzakelijk.

Het doel van het actieteam dat in 2017 wordt ingezet is om bedrijven en organisaties te ondersteunen bij het vormgeven van een preventief beleid ten aanzien van PSA, waaronder ongewenst gedrag. Deze aanpak is ook gericht op de werknemers en eventuele slachtoffers van ongewenst gedrag: in eerste instantie in de bedrijven en organisaties waar het actieteam aan de slag gaat. In tweede instantie wordt een grotere groep werkgevers en werknemers bereikt door communicatie over wat werkt in de praktijk bij de aanpak van pesten en ongewenst gedrag. Daarnaast wordt via de beleidsaanpak pesten ondermeer bevorderd dat werknemers bij iemand terecht kunnen wanneer zij zich op het werk onveilig voelen.

Antwoord minister Asscher op vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de fractie van het CDA vragen of de huidige Arbowet naar het oordeel van de Minister voldoende handvatten biedt om pesten op het werk tegen te gaan en of de Minister als het antwoord nee luidt, maatre- gelen overweegt. Ook informeren de leden van de CDA-fractie naar de mate waarin uitvoering wordt gegeven aan de Europese kaderovereen- komst over geweld en pesterijen op het werk uit 2007.

Naar mijn oordeel biedt de huidige Arbowet voldoende handvatten. Bedrijven zijn verplicht na te gaan of psychosociale arbeidsbelasting een risico is waaraan hun werknemers blootgesteld (kunnen) worden. Indien dat het geval is zijn bedrijven en organisaties op grond van artikel 3, lid 2 van de Arbowet verplicht een beleid te voeren gericht op het voorkomen en als dat niet mogelijk is beperken van PSA. Ongewenst gedrag en pesten vallen daarbij onder de definitie van PSA (artikel 1, lid 3, onder e van de Arbowet). De verplichting is nader uitgewerkt in artikel 2.15, lid 1 en 2 van het Arbobesluit. De invulling van het beleid ligt bij werkgevers en werknemers. De ruimte om rekening te houden met de eigen context en praktijk in dit beleid acht ik van grote meerwaarde.

Voor een antwoord over de vraag naar de Europese kaderovereenkomst over geweld en pesterijen op het werk uit 2007 verwijs ik naar het antwoord over dit onderwerp aan de PvdA-fractie.

De leden van de fractie van het CDA vragen aan welke aanvullende maatregelen de Minister denkt om te bevorderen dat werknemers toegang hebben tot een laagdrempelige voorziening, bijvoorbeeld voor wanneer werknemers zich onveilig en ongemakkelijk voelen bij ongewenst gedrag van de leidinggevende.

In een bijeenkomst over laagdrempelige zorg met professionals, experts en vertegenwoordigers van sociale partners zijn praktijkvoorbeelden en ervaringen gedeeld. In vervolg hierop zal ik bedrijven stimuleren en ondersteunen om werk te maken van een goede laagdrempelige zorg en werknemers goed te informeren over de voorzieningen waar zij terecht kunnen. Dit doe ik door goede voorbeelden te delen en in gesprek te gaan met relevante partijen, zoals de beroepsverenigingen van professionals op het gebied van arbozorg, om gezamenlijk te werken aan het vergroten van de toegang tot deze zorg. Ik zal instrumenten en kennis ook beschikbaar stellen op www.duurzameinzetbaarheid.nl en via andere kanalen. Tevens zal ik in overleg met stakeholders bezien op welke wijze de signalen van professionals over pesten beter benut kunnen worden om het onderwerp binnen bedrijven te agenderen.

=========================================================

© Het Stop pesten op het Werk .nu team portal in opbouw.
Actiegroep Stoppestenophetwerk.nu geeft geen anti-pest trainingen.
Daarom doet actiegroep Stoppestenophetwerk.nu niet aan acquisite en marketing.

Stop pesten op het werk.
Stop pesten op de werkvloer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen